De Vlaamse openbare omroep VRT hield eergisteren voor de eerste maal een taalsymposium. Handig is dat je er ook een verslag kan op nalezen.
Het was aangenaam te lezen dat de meeste sprekers verklaarden wat ik al heel lang verkondig: een taal leeft en kan je niet van bovenaf opleggen; bovendien is er een soort gemiddeld Vlaams, ook wel tussentaal genoemd maar die elke Vlaming perfect begrijpt en spreekt en vooral: die grondig afwijkt van de taal in Nederland.
Het verbaasde me niet dat het de (links georiënteerde) (ex-)nieuwslezers als Martine Tanghe en Geert Van Istendael waren die deze tussentaal veroordeelden. Zij hangen nog steeds het Hollands aan vanuit de Randstad dat ons door neerlandici vijf decennia vruchteloos werd opgelegd. Misschien zien zij zich in hun functie bedreigd als de Vlaamse standaardtaal… de standaard wordt?
Het is dan ook jammer dat Mieke Berendsen, directeur media, duidelijk niet goed geluisterd heeft op het symposium want ze kondigde aan dat alle presentatoren maar ook produktiehuizen het AN als norm moeten hanteren en niet het AV.
Tot slot nog alle lof voor Ruud Hendrickx, taaladviseur van de VRT, die tussen de twee bestaande standpunten (Vlaams versus Hollands/Nederlands) moet wandelen maar toch niet toegeeft aan hen die de Vlaamse taalkundige realiteit moedwillig blijven negeren.







Deze samenvatting van het Taalsymposium is nogal eenzijdig. Sereniteit pikt uit het verslag hetgeen in zijn kraam past, verdraait de werkelijkheid en interpreteert termen op zijn manier.
Voor er gediscussieerd kan worden, moeten de termen gedefinieerd worden. Met “standaardtaal” wordt bedoeld een variant van de taal die in het formelere, zakelijke, neutrale taalverkeer gebruikt wordt, bij voorbeeld in contact met vreemden. Standaardtaal is de variant van de taal waarin het journaal gebracht wordt en ook het stuk van Sereniteit geschreven is.
“Tussentaal” is een variant (eigenlijk een geheel van varianten) van een taal die vooral in de informele omgang, met vrienden, kennissen gesproken wordt, doorgaans buiten het publieke domein. “Tussentaal” wordt formeel gekenmerkt door het gebruik van verbogen lidwoorden (nen hond), verbogen bezittelijke voornaamwoorden (mijnen hond), door het weglaten van de slotmedeklinker in kleinere woorden als da’, ma’, nie’, goe’. Jaak Van Assche gebruikt hiervoor de term ‘gemiddeld Vlaams’.
“Nederlands” leest Sereniteit onmiddellijk als “Randstads”, terwijl geen enkele spreker op het symposium dat ermee bedoelt. “Nederlands” is bij decreet de officiële taal van de Vlaamse Gemeenschap.
Martine Tanghe hangt het Hollands van de Randstad aan? Mag ik erop wijzen dat in het verslag woordelijk staat: “Zelfs het Nederlands van onze noorderburen vindt Tanghe niet meer de standaard.” Waarom? Omdat er zo slordig met de taal omgesprongen wordt.
Ook Geert Van Istendael heeft het nergens over ‘de taal die ons vanuit de Randstad opgelegd werd’. Hij heeft het over een standaardtaal, een variant van de taal die voor het publieke domein bestemd is. Hij zegt terecht dat het onderwijs aandacht aan standaardtaal moet geven, omdat die veel meer kansen biedt dan dialect of tussentaal. Nergens zegt Van Istendael dat die standaardtaal Randstads moet zijn.
Wat het ‘links georiënteerd’ zijn hiermee te maken heeft, ontgaat mij volkomen. Dezelfde mening wordt vertolkt door de voormalige minister van Media, de N-VA’er Geert Bourgeois, die op zijn weblog zeer kritisch is voor wat ik hierboven tussentaal genoemd heb.
In het verslag mag dan wel staan dat Mieke Berendsen “AN” voorschrijft. Dat is voor rekening van de verslaggevers. In haar toespraak gebruikte zijzelf de term “standaardtaal” (versus “tussentaal”). Presentatoren worden verondersteld te spreken over “hun hond” en niet over “hunnen ‘ond”. De norm voor de VRT en de productiehuizen is standaardtaal. Niemand bij de VRT die eraan twijfelt dat daarmee geen Randstads bedoeld is.
Bedankt, Ruud, voor de duidelijke uitleg. Die termen stonden inderdaad niet gedefinieerd terwijl dat inderdaad van groot belang is om een goede discussie te kunnen voeren.
Wat tussentaal betreft, die vergelijk is zowat als het Andaloesisch in Spaans – iedereen aanvaardt het daar, zowel op straat als in de media.
Maar wat ik me dan wel afvraag is of je typisch Vlaamse kenmerken wél of niet tot de (Vlaamse) standaardtaal beschouwd. Woorden zoals ‘ne’ (bv. ne jongen) – wat grammaticaal stukken correcter is dan wat we in het Nederlands zeggen.
Overigens is ‘hunnen hond’ grammaticaal volledig correct en is de verbuiging van woorden een taalverrijking (!) vergeleken met het taalarme Nederlands…
Ten slotte, als je ervan uit gaat dat er in Vlaanderen een standaardtaal is die -vaak grondig- afwijkt van de standaardtaal in Nederland, waarom verwijs je dan naar die standaardtaal met dezelfde naam als de andere standaardtaal? Met andere woorden, vanwaar die warsheid tegen de term ‘Vlaams’?
Er wordt in Nederland echt meer gesproken dan het Hollands uit de Randstad, In het oosten heb je de Saksische dialecten , in Friesland het Fries, Zeeland Zweeuws , Limburg het Limburgs en het Brabantse dialectt in Noord-Brabant zit al dicht tegen het Vlaams aan met gij ipv jij enzovoort. Dus het is in Nederland diverser en kleurrijker dan jij beschrijft. Blijft overeind dat ik geen woordenboek nodig heb om met Vlamingen te communiceren, tenzij ze echt dialect spreken, zoals het West-Vlaams of Antwerps. Vanavond begint er op Canvas en de VPRO een Vlaams-Nederlands boekenprogramma, dat soort initiatieven juich ik toe, zodat we elkaar in het toch al kleine Nederlandse taalgebied met al zijn verschillen blijven verstaan.